De nieuwe Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) is wet!

 Nederlanders worden steeds ouder en blijven daarbij ook nog eens langer gezond. Om die reden is enkele jaren geleden reeds besloten dat een pensioendatum van 65 jaar niet langer passend was. De doelstelling werd dan ook langer doorwerken en dus later met pensioen. Echter, dat is niet voor iedereen en alle beroepen haalbaar. Om die reden is gezocht naar extra mogelijkheden voor gezond werken naar de pensioengerechtigde leeftijd. Dit zien we ook terug in het PensioenAkkoord, nu uitgewerkt in de Wet Toekomst Pensioenen. Er zijn zowel maatregelen opgenomen, die zien op ondersteuning bij eerder uittreden als maatregelen ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid. In dit artikel wordt de focus gelegd op de maatregelen ter ondersteuning van vervroegd uittreden.
 
De geschiedenis van de Regeling Vervroegde Uittreding
Bij de afschaffing van de vroegpensioenmogelijkheden in 2006 werd ook de zogenaamde Regeling Vervroegde Uittreding in het leven geroepen. Kort gezegd hield deze regeling in, dat als een ontslagregeling in feite bedoeld was om alsnog een vervroegde pensionering te realiseren dan leidde dit tot een extra loonheffing over deze vergoeding voor de werkgever. Uitzonderingen waren uiteraard mogelijk, maar de mogelijkheden werden wel aanzienlijk beperkt.
 
De nieuwe Regeling Vervroegde Uittreding (RVU): de voorwaarden
Werkgevers krijgen echter vanaf nu weer tijdelijk de mogelijkheid om aan werknemers die bijna AOW-gerechtigd zijn een vroegpensioenregeling aan te bieden waardoor ze eerder kunnen stoppen met werken. Tot een drempelvrijstelling van € 1.847,- (2021) per werknemer per maand wordt deze uitkering niet gezien als een regeling voor vervroegd uittreden (RVU) en leidt dus niet tot extra loonheffing. Het bedrag van de vrijstelling is gelijk aan de netto AOW-uitkering voor alleenstaanden.

Aan deze regeling is een aantal voorwaarden verbonden:
•    De regeling mag maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd ingaan;
•    Het totale bedrag mag in een keer of in meerdere termijnen worden verstrekt;
•    De regeling is beperkt in duur. De uiterste datum waarop werkgevers en werknemers een RVU kunnen overeenkomen is 31 december 2025. De laatste uitkering is dus uiterlijk 31 december 2028;
•    De regeling is per 1 januari 2021 in werking getreden;
•    De hoogte van de uitkering is onafhankelijk van het oorspronkelijke inkomen, arbeidsverleden en/of fulltime of parttime dienstverband;
•    De regeling is toegankelijk voor iedereen.
Hoogte uitkering genoeg voor vervroegde uitkering?
De hoogte van de uitkering is dus maximaal € 22.164,- per jaar (2021). De werkgever moet dit zelf financieren. Het is dus regeling van overheidswege. De uitkering mag maximaal drie jaar worden verstrekt. De werkgever kan de uitkering ook één of twee jaar verstreken, zodat de kosten lager zijn of maandelijks betalen, hetgeen een spreiding van de kosten met zich meebrengt. Als het bedrag aan RVU voor een werknemer te weinig is om eerder met pensioen te kunnen gaan dan zal een werknemer eigen financiële middelen moeten inzetten of zijn pensioen flexibiliseren. Zo kan de werknemer bijv. een deel van het ouderdomspensioen eerder laten uitkeren of kiezen voor de hoog-/laagconstructie, zodat de eerste paar jaar een hoger pensioen wordt ontvangen en later een lager pensioen. Uiteraard kan ook spaargeld worden ingezet. Een andere optie is het inzetten van opgespaard verlof. De werknemer kan ook 10% van zijn pensioen afkopen op pensioendatum (dit kan vanaf 2023). De mogelijkheid om daarnaast te kiezen voor een pensioenuitkering die eerst hoger is en daarna lager vervalt dan wel.
 
Naast de tijdelijke RVU-uitkering blijft ook demotie mogelijk. Werknemers kunnen dan maximaal 50% minder gaan werken. Het salaris mag dan worden aangevuld door de werkgever. Pensioenopbouw blijft mogelijk tot maximaal het oorspronkelijke salaris.

Verlofsparen voor vervroegde uittreding
Tevens is in de Wet Toekomst Pensioenen opgenomen dat werknemers maximaal 100 weken aan verlof mogen sparen. Dit waren er 50. Deze weken kunnen vervolgens worden ingezet om eerder met pensioen te gaan. Gespaard kan bijvoorbeeld worden uit overwerk, onregelmatigheidstoeslag en niet gebruikte bovenwettelijke vakantiedagen. Immers, wettelijke vakantiedagen vervallen in principe een half jaar na het kalenderjaar waarin deze zijn opgebouwd. Bovenwettelijk vakantiedagen vervallen na vijf jaar. Echter, hiervan kan bij cao of schriftelijke overeenkomst afgeweken worden.
 
Kan een werknemer vervroegd met pensioen?
Het antwoord is dus ja. Dat kon nog steeds en blijft ook in de toekomst mogelijk. Er moet natuurlijk wel sprake zijn van voldoende middelen. Niet alle werknemers hebben kunnen anticiperen op de verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd. De nieuwe RVU-vrijstelling kan voor deze werknemers wellicht een oplossing bieden, net als voor werknemers voor wie langer doorwerken niet evident is. Ook de werkgever moet natuurlijk wel de financiële middelen hebben om de RVU-uitkering uit te kunnen keren. De verwachting is dat in cao’s hierover afspraken opgenomen gaan worden. Werkgevers die niet onder een cao vallen, moeten al dan niet samen met de oudere werknemer tot een afweging komen of een RVU een oplossing kan bieden. Dit vraagt ook een bijdrage van de werknemer door het inzetten van eigen middelen en het flexibiliseren van zijn pensioen. Communicatie en financiële planning zijn hierbij erg belangrijk.

[Bron: &Gommer Pensions Group]
 

Terug naar het overzicht

Recente artikelen

PensioenNieuws

 Op 16 december 2020 is op internet de internetconsultatie over het ‘Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen’...
02-2021

Het transitie-FTK, een verdere uitwerking van het PensioenAkkoord

 Op 16 december jongstleden heeft minister Koolmees de Tweede Kamer geïnformeerd over de verdere stappen...
02-2021
Pythagoraslaan 101 | 3584 BB Utrecht | 030 303 11 11 | info@novadia.nl
Terug naar boven
©Novadia 2021