Invaarbesluit en toets door DNB

Recent is het concept wetsvoorstel “Toekomst Pensioenen” gepubliceerd. De toelichting bij het wetsvoorstel bespreekt o.a. de waarborgen voor een evenwichtige transitie. Een van de waarborgen betreft de toets door DNB van “invaren”. Hiermee wordt ook wel de overgang van oude naar nieuwe rechten bedoeld. De toelichting bij het wetsvoorstel zegt hierover het volgende.

Commentaar
Invaren en externe toets door DNB
Het wetsvoorstel bepaalt dat DNB, net zoals bij bestaande collectieve waardeoverdrachten (“CWO’s”), een verbod kan opleggen voor het uitvoeren van een CWO. Het gaat dan om het invaren van de waarde van de bestaande pensioenaanspraken en -rechten in de nieuwe pensioenregeling. Een pensioenfonds moet een voornemen tot invaren ter toetsing voorleggen aan de toezichthouder.

Deze toets omvat meerdere aspecten. DNB zal het besluitvormingsproces van het pensioenfonds toetsen: zowel de onderbouwing van de besluitvorming als de wijze waarop fondsorganen zijn betrokken en hoe met hun zienswijze is omgegaan. Daarbij is van belang dat het fonds de gevolgen van collectief invaren voor belanghebbenden en voor generaties voldoende inzichtelijk heeft gemaakt.

Een pensioenfonds moet DNB ook de aan de fondsorganen toegezonden informatie en motivering verstrekken evenals het advies van het verantwoordingsorgaan respectievelijk het besluit van het belanghebbendenorgaan over het voorgenomen besluit tot invaren.
Verder toetst DNB of het pensioenfonds een adequate analyse heeft gemaakt van de (niet)financiële risico’s van het invaren en of het fonds deze risico’s adequaat kan beheersen. Een pensioenfonds onderbouwt de beheersing van deze risico’s in het implementatieplan. DNB betrekt ook dit plan bij de beoordeling van het invaren.

Tevens kijkt DNB naar de financiële effecten van het collectief invaren van de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten. Pensioenfondsen moeten kunnen onderbouwen hoe is voldaan aan de verplichting tot evenwichtige belangenafweging en hoe het fonds zo goed mogelijk voorkomt dat het invaren voor (een deel van) de belanghebbenden tot onevenredig nadeel leidt. Door de expliciete bezwaar- en goedkeuringsrechten van het verantwoordingsorgaan en het belanghebbendenorgaan, kunnen deze fondsorganen de belangenafweging kritisch toetsen. Om die reden en omdat bij invaren ruimte wordt gelaten aan sociale partners en fondsen om invulling te geven aan onevenredig nadeel, zal DNB de uitkomsten van de evenwichtige belangenafweging marginaal toetsen. Het zijn immers de sociale partners en pensioenfondsen die deze belangenafweging moeten maken.

In aanvulling hierop toetst DNB het invaren aan de bestaande wettelijke voorwaarden voor een interne CWO. Zo moet bijvoorbeeld worden voldaan aan het vereiste dat de overdrachtswaarde dusdanig moet worden aangewend dat het te verwerven pensioen voor mannen en vrouwen gelijk is.
Als DNB na toetsing geen bezwaar heeft, zal DNB de betrokken pensioenfondsen per brief informeren.

De besluitvorming van de fondsen over de vormgeving van de pensioenregeling, over invaren en beleidsmatige keuzes moeten uiterlijk 1 juli 2024 zijn afgerond. Als een pensioenfonds heeft besloten tot invaren, zal het fonds het voornemen gelijk moeten melden bij DNB. Dit leidt medio 2024 naar verwachting tot een piek van meldingen bij DNB van voorgenomen CWO’s. De toets door DNB vereist zorgvuldig onderzoek. Gelet hierop en omdat DNB veel voorgenomen invaarbesluiten moet toetsen, omvat het wetsvoorstel de volgende twee aanpassingen voor het proces bij DNB.

Aanpassingen proces DNB
Pensioenfondsen zullen naar verwachting uiterlijk medio 2024 een voorgenomen besluit tot invaren aan DNB voorleggen. Het feitelijke invaren zal vermoedelijk pas in 2025 of zelfs eind 2025 plaatsvinden. Dit biedt volgens de toelichting bij het wetsvoorstel voldoende ruimte om in de tussentijd de voorgenomen interne CWO’s van de betreffende fondsen door DNB te laten toetsen.

DNB heeft de bevoegdheid een verbod op te leggen tot de beoogde datum van CWO. Omdat naar verwachting veel voorgenomen besluiten tegelijkertijd zullen worden ingediend bij DNB, zal de “ten minste” termijn tussen melding aan DNB en voorgenomen datum van invaren worden vergroot tot zes maanden in plaats van drie maanden. Dit geeft meer ruimte om de voorgenomen invaarbesluiten zorgvuldig te kunnen toetsen en kort daarna te kunnen varen.

Een tweede wijziging is dat deze termijn op individueel dossierniveau door DNB gemotiveerd kan worden verlengd met twee maal drie maanden. Dit geeft de mogelijkheid om in individuele gevallen onduidelijkheden of nog openstaande vragen tussen het betreffende pensioenfonds en DNB af te ronden.

[Bron: &Gommer Pensions Group]

Terug naar het overzicht

Recente artikelen

PensioenNieuws

 Op 16 december 2020 is op internet de internetconsultatie over het ‘Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen’...
02-2021

Het transitie-FTK, een verdere uitwerking van het PensioenAkkoord

 Op 16 december jongstleden heeft minister Koolmees de Tweede Kamer geïnformeerd over de verdere stappen...
02-2021
Pythagoraslaan 101 | 3584 BB Utrecht | 030 303 11 11 | info@novadia.nl
Terug naar boven
©Novadia 2021