Stand van zaken PensioenAkkoord

Stand van zaken PensioenAkkoord
Op Prinsjesdag werd bekend dat wetsvoorstel ter hervorming van het pensioenstelsel eind 2020 ter consultatie zal worden aangeboden. De wetgeving gaat vervolgens in juni 2021 naar de Tweede Kamer. De beoogde ingangsdatum van die wetgeving is nog steeds 2022. Vervolgens zal de overgang van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel gefaseerd worden ingevoerd tussen 2022 en 2026.


Wetsvoorstel 'Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen' bij de Tweede Kamer ingediend
Binnen de afspraken van het PensioenAkkoord is onder andere afgesproken dat mensen meer keuzevrijheid moeten krijgen bij de aanwending van hun pensioen. Hieruit is de mogelijkheid voortgekomen om maximaal 10% van het pensioenvermogen op pensioendatum te mogen afkopen. Deze afkoopmogelijkheid gaat ook gelden voor netto pensioenen, lijfrenten en netto lijfrenten, premievrij pensioen in Eigen Beheer, maar wonderlijk genoeg voor PEB dat is omgezet in een ODV. De mogelijkheid geldt ook niet in combinatie met de reeds bestaande hoog/laag constructie (100:75).
 
Verder is in het PensioenAkkoord afgesproken dat mensen meer keuzemogelijkheden moeten krijgen om eerder te kunnen stoppen met werken. Dit wordt in het wetsvoorstel gedaan door een (tijdelijke) versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing). De maximale vrijgestelde RVU-uitkering wordt gekoppeld aan het bedrag van de AOW-uitkering en de uitkeringen duren maximaal 3 jaar en eindigen bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Tenslotte is afgesproken dat er meer fiscale ruimte wordt geboden voor verlofsparen (van 50 naar 100 dagen), mede om vervroegd uittreden mogelijk te maken.
 
Voor deze laatste twee maatregelen in het wetsvoorstel is het streven dat deze in werking treden op 1 januari 2021.De versoepeling van de RVU-heffing betreft daarnaast een tijdelijke maatregel voor een beoogde duur van vijf jaar.
Voor zover het gaat om de wijzigingen voor het invoeren van de afkoopmogelijkheid is het plan om een minimuminvoeringstermijn te hanteren en deze wijzigingen naar verwachting per 1 januari 2022 in werking te laten treden.

 
Evaluatie vrijstelling voor nettopensioen en nettolijfrente
Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst heeft de Tweede Kamer het evaluatierapport van de vrijstelling voor nettopensioen en nettolijfrente aangeboden.

Van de potentiële doelgroep van 200.000 mensen nemen circa 35.000 mensen (circa 17%) deel aan een nettoregeling. Dat betreft vooral nettopensioenen. Nettolijfrente doet nagenoeg niemand.

Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat het feit dat het kapitaal niet vrij is op te nemen een verklaring is voor het geringe gebruik van de nettoregelingen. Ook voorziet de regeling niet in de behoeften van de deelnemers.
Degenen die wel deelnemen geven aan dit te doen omdat 1) zij vertrouwen hebben in de pensioenuitvoerder, 2) vanwege het fiscale voordeel van de vrijstelling en 3) door de risicodekking vooroverlijden.

Tevens blijkt dat het veelal gaat om zogeheten opting out regelingen waarin in beginsel iedereen die daarvoor in aanmerking komt, automatisch meedoet.
 

Overgangsrecht levensloopregeling gewijzigd
Naast het belastingplan 2021 is op Prinsjesdag tevens het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin wordt het bestaande overgangsrecht voor de levensloopregeling gewijzigd.

Per 1 januari 2012 is de fiscale levensloopregeling in beginsel komen te vervallen. Er geldt overgangsrecht voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden, waarvan de waarde in het economische verkeer op die datum € 3.000 of meer bedroeg. Dit overgangsrecht eindigt met ingang van 1 januari 2022.

Omdat binnen het huidige overgangsrecht de (ex)-werkgever inhoudingsplichtig is, is dit overgangsrecht lastig uit te voeren. Zo hebben ex-werkgevers niet alle informatie om tijdige en juiste aangiften te doen en niet altijd informatie over de waarde in het economische verkeer van die aanspraak, of welk deel daarvan tot het loon gerekend moet worden. Ook kan het zijn dat de ex-werkgever helemaal niet meer bestaat.
 
Voorgesteld wordt in dat kader dan ook te regelen dat de instelling die de regeling uitvoert, optreedt als inhoudingsplichtige. Zij hoeven vervolgens geen rekening te houden met de standaardloonheffingskorting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Dan wordt het namelijk te complex. Dat kan de belastingplichtige zelf verwerken in zijn aangifte.
 
Daarnaast is 31 december 2021 een onredelijke datum om het tegoed te laten vervallen, omdat de belasting dan nog niet is ingehouden. Dat betekent dat het gehele tegoed per 1 januari 2022 als vermogen in box 3 valt, terwijl er nog belasting over geheven moet worden. Voorgesteld wordt dan ook deze datum te vervroegen naar 1 november 2021. Dan kan er al vóór 1-1-2022 belasting over betaald zijn.
 
 
Nieuwe rekenregels pensioenfondsen stapsgewijs ingevoerd vanaf 2021
Vanaf 1 januari 2021 zullen de nieuwe UFR (Ultimate Forward Rate) parameters, op grond waarvan pensioenfondsen hun verplichtingen waarderen, in vier gelijke stappen worden ingevoerd, zo heeft De Nederlandsche Bank (DNB) besloten.
 
De Nederlandsche Bank (DNB) past elke vijf jaar de rekenrente aan. Met die rekenrente bepalen pensioenfondsen hun dekkingsgraad. Op advies van de Commissie Parameters onder leiding van oud-minister Dijsselbloem van Financiën gaat de rekenrente in 2021 verder omlaag. Hierdoor moeten pensioenfondsen dus nog meer geld ‘in kas’ hebben om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. Om dat te bereiken kunnen de pensioenfondsen twee dingen doen, de pensioenpremies verhogen en/of de pensioenuitkeringen te verlagen. Begin 2024 zullen de nieuwe UFR parameters volledig zijn ingevoerd.

Terug naar het overzicht

Recente artikelen

De Sustainable Finance Disclosure Regulation komt er in 2021 aan!

Op 10 maart 2021 gaat de Sustainable Finance Disclosure Regulation in. Deze regelgeving, die vanuit Europa op ons...
12-2020

Dreiging pensioenkortingen nog steeds niet van de baan

Op 20 oktober jl. hebben de grote pensioenfondsen ABP, PFZW (Zorg), PMT en PME en Bouw hun kwartaalcijfers...
12-2020