Pensioen & Arbeidsvoorwaarden

Wordt het nabestaandenpensioen eenvoudiger?
Het initiële idee van was eenvoudig: het nabestaandenpensioen moet eenvoudiger en het partnerbegip moet worden geuniformeerd. Nu is het zo dat of iemand een partner heeft, afhangt van verschillende definities. Soms is dat die uit een wet (Algemene Nabestaandenwet, Pensioenwet, fiscale wetgeving), soms is het een pensioenreglement van een pensioenuitvoerder of de algemene voorwaarden van een verzekeraar. Voor de ene regeling ben je dan wel een partner, voor andere niet. Uniformering daarvan is zonder meer een goed idee.

Commentaar
Aangezien Minister Koolmees een initiatief wetsvoorstel uit de Tweede Kamer inzake uniformering van het partnerbegrip heeft samengevoegd met het dossier van het nieuwe pensioenstelsel – overigens met instemming van de indieners ervan – ontstond de nodige complexiteit aan dit overigens zo eenvoudige stukje wetgeving waar eigenlijk iedereen het wel mee eens was. Bovendien leidt het tot vertraging van de invoering ervan, omdat de regelingen in het kader van nabestaandenpensioen pas eind 2025 moeten zijn aangepast. Het wordt dus complexer en het duurt langer. Als het initiatief voorstel zelfstandig was behandeld (zoals in eerste instantie bedoeld), was dit niet gebeurd. Niet de eerste keer dat zoiets gebeurt trouwens, want ten tijde van de invoering van “DC doorbeleggen” voegde toenmalig Staatssecretaris Klijnsma ook een initiatief wetsvoorstel (Lodders) samen met een voorstel van de regering, wat grotendeels het einde inhoudelijke einde betekende van het initiatief wetsvoorstel.

De extra complexiteit ontstaat omdat er in het nieuwe pensioenstelsel geen ruimte meer bestaat voor eindloon- en middelloonregelingen (er is zelfs geen overgangsrecht voor). Alle werkgevers moeten dus over op één van de vier vormen premieovereenkomsten. Misschien voelt u hem al aankomen, maar nabestaandenpensioenen worden tot nu toe altijd berekend op basis van, juist: eindloonformules. Het nabestaandenpensioen is gelijk aan x% per haalbaar dienstjaar van de laatste pensioengrondslag (al dan niet gewogen i.v.m. parttimers). Maar als de wetgeving straks niet meer voorziet in een eindloonregeling, dan kan het nabestaandenpensioen zo ook niet meer worden vormgegeven. Eerder had de Minister met een brief aan de Kamer hierover al laten doorschemeren dat het jaarsalaris voortaan bepalend zou gaan worden voor de hoogte en dat is dus ook het geval. Alleen werd eerst gedachten dat het zou gaan om “een aantal jaarsalarissen” na overlijden, maar dat is het niet geworden.

Een nabestaandenpensioen wordt voortaan uitgedrukt als percentage van het salaris (niet van de pensioengrondslag!), met een maximum van 50% en alleen risicodekking is nog toegestaan. Klinkt eenvoudig, maar schijn bedriegt. De huidige werkgever dekt dus de hele diensttijd af. Het gevolg lijkt te zijn dat er geen restitutie meer op eerder opgebouwde kapitalen kan zitten, want dan loert direct het gevaar van bovenmatigheid. Welk percentage gaat een werkgever dan gebruiken? Als er bijvoorbeeld sprake is van opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen, dan zou de werkgever minder moeten doen, maar dat is van persoon tot persoon anders. Bovendien is dat voor jonge en toekomstige werknemers helemaal niet het geval. Als klap op de vuurpijl (die we niet meer mochten afsteken trouwens), moet de nabestaandenpremie volgens de wettekst óók leeftijdsonafhankelijk zijn. Hoe stel je een premie vast die voor een 25 en een 45 jarige hetzelfde moet zijn, maar zonder een omslagstelsel te gebruiken (want dat wil de wet nu juist afschaffen)?

[Bron: &Gommer Pensions Group]

Terug naar het overzicht

Recente artikelen

Pensioenfondsen Toezicht

DNB-pensioentoezicht in 2021
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft op haar website een...
03-2021

Pensioenfondsen Communicatie

Wet toekomst pensioenen en informatievoorschriften
Op 16 december 2020 is de memorie van...
03-2021
Pythagoraslaan 101 | 3584 BB Utrecht | 030 303 11 11 | info@novadia.nl
Terug naar boven
©Novadia 2021