Leidraad informatieverstrekking aan deelnemers bij een collectieve waardeoverdracht

Leidraad informatieverstrekking aan deelnemers bij een collectieve waardeoverdracht
In november heeft de AFM een geactualiseerde en uitgebreide leidraad gepubliceerd voor communicatie bij collectieve waardeoverdrachten. Deze leidraad wordt vanaf 1 januari 2021 van kracht. De verhoogde aandacht voor deze informatieverstrekking wordt onder andere ingegeven door de aanstaande wijzigingen van het pensioenstelsel. De leidraad stelt expliciet dat de communicatie die aan deelnemers wordt verstrekt eerst in concept via de DNB aan de AFM wordt voorgelegd.

Commentaar
De AFM houdt toezicht op de informatie die pensioenuitvoerders verstrekken bij een collectieve waardeoverdracht. In de Leidraad informatieverstrekking aan deelnemers bij een collectieve waardeoverdracht zijn de uitgangspunten voor de informatieverstrekking opgenomen. De nieuwe leidraad vervangt met ingang van 1 januari 2021 het bestaande document Uitgangspunten voor informatieverstrekking aan deelnemers bij een collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 en 84 Pensioenwet.

Vanaf 1 januari a.s. verhoogt de AFM haar aandacht voor de informatieverstrekking ook met het oog op de komende herziening van het pensioenstelsel. De AFM beoordeelt de deelnemerscommunicatie van pensioenuitvoerders mede aan de hand van de leidraad.
 
Deelnemers hebben op grond van artikel 48 Pensioenwet recht op tijdige, duidelijke, evenwichtige en correcte informatie van pensioenuitvoerders. Ook dient de pensioenuitvoerder te bevorderen dat verstrekte persoonlijke informatie aansluit bij de informatiebehoefte en kenmerken van de deelnemer. En dat de informatie de deelnemer inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn en de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor zijn pensioen
 
Juist bij een collectieve waardeoverdracht is dit van belang. Bij een collectieve waardeoverdracht gaat het opgebouwde pensioen van een deelnemer over naar een andere uitvoerder of een andere regeling. De deelnemer-informatie moet voldoende inzicht geven in de gevolgen van de overdracht voor zijn pensioen. Bij een collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever, heeft de deelnemer deze informatie ook nodig om te beoordelen of hij gebruik wil maken van zijn wettelijke bezwaarrecht.
 
De leidraad geeft algemene uitgangspunten die door uitvoerders in acht dienen te worden genomen bij informatie aan deelnemers. De AFM maakt in deze leidraad bij haar toelichting op de eisen uit artikel 48 Pensioenwet geen onderscheid naar soort collectieve waardeoverdracht, tenzij dit relevant is en expliciet wordt vermeld. De deelnemers moeten, ongeacht het soort waardeoverdracht, adequaat geïnformeerd worden en inzicht krijgen in de gevolgen van de collectieve waardeoverdracht. Het is aan de pensioenuitvoerders om te bepalen welke informatie in welk geval relevant is voor de deelnemer.
 
De leidraad is opgesteld voor zowel de overdragende als overnemende pensioenuitvoerders. Zowel de overdragende als de overnemende pensioenuitvoerders kunnen een rol hebben bij het informeren van de deelnemers over de consequenties van de collectieve waardeoverdracht. De overdragende en de overnemende pensioenuitvoerder zijn ieder zelfstandig verantwoordelijk voor het voldoen aan de op hun rustende wettelijke verplichtingen rond informatieverstrekking.
 
Opzet en structuur van informatie helpt deelnemers het hoofdonderwerp, relevante deelonderwerpen en een gevraagde actie in de informatie te vinden en de informatie te overzien. Bij het opstellen van de informatie voor de deelnemers dient rekening te worden gehouden met de volgende aandachtspunten:

  • Start met de belangrijkste boodschap.
  • Geef in de aanhef aan als er van de deelnemer een actie wordt gevraagd.
  • Presenteer onderwerpen en thema’s die bij elkaar horen gebundeld.
  • Gebruik voorbeelden om de informatie te verduidelijken.
  • Communiceer zo kort en krachtig mogelijk, zonder belangrijke aspecten onbenoemd te laten.

Naast de algemene normen van artikel 48 Pensioenwet voor informatieverstrekking is op de collectieve waardeoverdracht het volgende van toepassing:

  • Benoem de reden en de achtergrond van de collectieve waardeoverdracht.
  • Geef inzicht in de hoogte van het pensioenvermogen of het opgebouwde pensioen vóór en na de collectieve waardeoverdracht. In geval van een collectieve waardeoverdracht van een DB-regeling naar een DC-regeling wordt verwacht dat het individueel pensioenvermogen wordt getoond dat het opgebouwde DB pensioen presenteert.
  • Geef inzicht in de wijziging in de regeling.
  • Benoem expliciet de mogelijkheid van bezwaar bij een collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 Pensioenwet.
  • Informeer de deelnemer wat de liquidatie van de pensioenuitvoerder of het sluiten van een collectiviteitskring op grond van artikel 84 Pensioenwet voor zijn eigen pensioenopbouw betekent.

 
Proces beoordeling collectieve waardeoverdracht door AFM en DNB
Op grond van de artikelen 83 en 84 Pensioenwet moet een voorgenomen collectieve waardeoverdracht uiterlijk drie maanden voor de beoogde overgangsdatum gemeld worden bij DNB. De pensioenuitvoerder dient bij al haar meldingen voor de collectieve waardeoverdracht relevante informatie met DNB te delen. DNB beoordeelt op basis van haar wettelijke bevoegdheid artikel 83 en 84 Pensioenwet de (financiële) consequenties van een collectieve waardeoverdracht voor de overdragende pensioenuitvoerder, de ontvangende pensioenuitvoerder en de over te dragen groep deelnemers. DNB kan de overdragende pensioenuitvoerder (pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling) verbieden de collectieve waardeoverdracht uit te voeren.

DNB heeft tot de beoogde overdrachtsdatum de tijd om de voorgenomen collectieve waardeoverdracht te beoordelen. Onderdeel van de beoordeling is de informatie die door de pensioenuitvoerder wordt verstrekt aan deelnemers. De toezichthouders verwachten van u als pensioenuitvoerder dat de voorgenomen deelnemer-informatie in concept wordt voorgelegd aan DNB. DNB stuurt deze deelnemer-informatie door aan de AFM. De AFM beoordeelt de deelnemer-informatie aan de hand van de normen voor informatieverstrekking.

Als de AFM opmerkingen of suggesties heeft over de voorgelegde concept informatie dan neemt zij hierover contact op met de pensioenuitvoerder. DNB neemt het oordeel van de AFM mee in haar beoordeling van de collectieve waardeoverdracht naar de pensioenuitvoerder.

Conclusie
Ingegeven door de aanstaande wijzigingen van het pensioenstelsel is er vanuit de toezichthouders verhoogde aandacht voor de informatieverstrekking aan deelnemers indien er sprake is van een collectieve waardeoverdracht. Bij toekomstige verzoeken voor een collectieve waardeoverdracht artikel 83 of 84 Pensioenwet van pensioenuitvoerders zullen de concept communicatie-uitingen nadrukkelijk door de toezichthouders worden getoetst aan de nieuwe Leidraad informatieverstrekking aan deelnemers bij een collectieve waardeoverdracht die per 1 januari 2021 van kracht is.  

[Bron: &Gommer Pensions Group]

Terug naar het overzicht

Recente artikelen

De Sustainable Finance Disclosure Regulation komt er in 2021 aan!

Op 10 maart 2021 gaat de Sustainable Finance Disclosure Regulation in. Deze regelgeving, die vanuit Europa op ons...
12-2020

Dreiging pensioenkortingen nog steeds niet van de baan

Op 20 oktober jl. hebben de grote pensioenfondsen ABP, PFZW (Zorg), PMT en PME en Bouw hun kwartaalcijfers...
12-2020