Lijfrenten in de ‘Wet toekomst pensioenen’

Op 16 december 2020 is het wetsvoorstel 'Wet Toekomst Pensioenen' ter internetconsultatie aangeboden. Met dit wetsvoorstel moet ons pensioenstelsel een nieuwe, toekomstbestendige weg inslaan. Op grond van dit voorstel zal het vanaf 2026 nog alleen mogelijk zijn om pensioen op te bouwen via een voor iedereen gelijk premiepercentage. De traditionele eindloon- en middelloonregelingen komen te vervallen. Het nieuwe pensioenstelsel vraagt om een nieuw fiscaal kader. Dit nieuwe kader zal ook de nodige gevolgen hebben voor ons lijfrenteregime.
 
De praktijk
Het uitgangspunt van het ‘Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen’ is dat voor alle pensioenregelingen in de tweede pijler de pensioenopbouw voortaan via een uniforme leeftijdsonafhankelijke premie zal gaan. De voorgestelde hoogte van deze premiegrens bedraagt 30%. Deze grens is zodanig vastgesteld dat een werknemer die 40 jaar pensioen opbouwt, een vergelijkbaar pensioen kan opbouwen als nu. Het grote verschil is echter dat geen gegarandeerde uitkeringen meer worden beloofd, maar een ‘pot met geld’ waarvan je pensioen moet aankopen.
 
Harmonisering fiscale behandeling 2e en 3e pijler

Het wetsvoorstel spreekt daarnaast ook over het harmoniseren van de fiscale behandeling van de tweede pijler (werknemerspensioen) en derde pijler (lijfrentevoorzieningen) om te komen tot een meer ‘arbeidsvormneutraal pensioenkader’. In ‘lijfrenteland’ was eigenlijk altijd al sprake van een ‘premiesysteem’ en werden geen uitkeringen beloofd. De maximale premiegrens in het lijfrenteregime bedraagt nu echter ‘slechts’ 13,3%. Deze grens wordt met het wetsvoorstel aangepast naar 30%, net als in het pensioenregime.
 
Door het wegnemen van fiscale verschillen ontstaan meer gelijke mogelijkheden voor fiscaal gefaciliteerde opbouw van een oudedagsvoorziening. Dit betekent onder andere dat de ‘fiscale pensioenruimte’ voor zelfstandigen nagenoeg gelijk getrokken wordt met die van werknemers.

Overige maatregelen
In de concept memorie van toelichting wordt verder nog een aantal mogelijke wijzigingen in het lijfrenteregime aangegeven. Opvallend is dat hierin gesproken wordt over het eventueel afschaffen van de mogelijkheid van een tijdelijke lijfrente. Het zou jammer zijn als dit echt gaat gebeuren. Deze tijdelijke lijfrente is immers bij uitstek geschikt om in de eerste jaren van pensionering als aanvulling op het pensioen en de AOW een wat hoger inkomen te hebben voor bijvoorbeeld een wereldreis. Op je 65ste kun je die nog maken, maar op je 85ste vaak niet meer. De inkomensbehoefte neemt overwegend af naarmate men ouder wordt.
 
Aan de andere kant wordt in de memorie van toelichting tegelijkertijd de mogelijkheid van een hoog/laag-lijfrente geïntroduceerd zoals we die in ook in ‘pensioenland’ kennen. Daarmee zou je in het begin een iets hogere uitkering en daarna een wat lagere kunnen aankopen. Dat is leuk natuurlijk, maar deze variant gaat uit van een levenslange voorziening en de vraag is of veel mensen daar voor warm lopen.
 
Wet verandering koppeling AOW-leeftijd
Tot slot nog een praktisch puntje van aandacht. Doordat de 'Wet verandering koppeling AOW-leeftijd' (onderdeel van het PensioenAkkoord) inmiddels in werking is getreden is de 1-op-1-koppeling van de AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting vervangen door een 2/3-koppeling. Deze vertraagde koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat een (levenslange dan wel tijdelijke) oudedagslijfrente eerder moeten ingaan.

[Bron: &Gommer Pensions Group]

 

Terug naar het overzicht

Recente artikelen

PensioenNieuws

 Op 16 december 2020 is op internet de internetconsultatie over het ‘Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen’...
02-2021

Het transitie-FTK, een verdere uitwerking van het PensioenAkkoord

 Op 16 december jongstleden heeft minister Koolmees de Tweede Kamer geïnformeerd over de verdere stappen...
02-2021
Pythagoraslaan 101 | 3584 BB Utrecht | 030 303 11 11 | info@novadia.nl
Terug naar boven
©Novadia 2021